De manier waarop windmolens de komende jaren in Nederland worden bekostigd werkt denivellerend, als het Energieakkoord uit 2013 wordt uitgevoerd. Omdat de heffing op de energierekening niet inkomensafhankelijk is, komt die heffing in armere huishoudens harder aan dan in rijkere. Bovendien komt het geld grotendeels terecht bij het bedrijfsleven (dat de windmolenparken aanlegt). Dat kun je rechts noemen. Maar de windmolens helpen wel tegen klimaatverandering, die vooral de zwakkeren op deze aardbol zal treffen. Daar iets tegen doen, kun je links noemen.

Uiteindelijk helpen windmolens het licht aan te houden. Dat kun je praktisch noemen.

(Michael Persson, De Volkskrant, 22 januari 2014)